DE BIEREN

 

Op dit ogenblik brouwen we twee vaste bieren

 Kessel Blond en Kessel 69 zijn altijd beschikbaar.

De naam is uiteraard ontleend aan de oorspronkelijke vestigingsplaats van de brouwerij Kessel-lo.

 

 

Kessel Blond is een strogeel bier van 7,5 vol.% alc., met een dikke sluier en een wandklevende witte schuimkraag.

In de neus is het fris, met hop, appels en citrus.

Na een neutrale smaakaanzet komt een tintelende fruitigheid, een toets van honing en een licht hoppige afdronk.

   

Kessel 69 is een amber kleurig bier van 6,9 vol.% alc., troebel met een wandklevende witte schuimkraag.

 

Moutige afdronk en aangename bitterheid.

 

Bier gemaakt voor de vriendenkring

 

 "Mannen van het jaar 1969"

 

 DE SPECIALS :

 

 Ons Kerstbier : Een donker 3 granenbier, gemaakt met chocolate mout om een typische smaak te geven en een mooie donkere kleur.

  Ons lentebier : Deze 3 granen tripel van 8,5 vol% alc. heeft een specifiek hoppig aroma en afdronk. 

 

 

Ons aperitief bier :

 

 

 

 

 

De Kessel Blond is beschikbaar in flessen van 33 cl, champagneflessen van 75 cl en vaten van 15 of 16 liter.

 

De Kessel 69 en het seizoensbier zijn beschikbaar in champagneflessen van 75 cl en vaten van 15 of 16 liter.

De Specials zijn verkrijgbaar op 75 cl gedecoreerde flessen, de X-Mas en Holsbeekse Lente tripel zijn ook verkrijgbaar op vat.  

 

HET BROUWEN

 

INGREDIENTEN :

 

Voor de bieren wordt gebruik gemaakt van gewoon leidingwater dat niet verder behandeld wordt.

De andere ingrediënten zijn pilsmout (kessel blond), munich mout (kessel 69) 

een beetje tarwevlokken (voornamelijk voor de schuimstabiliteit),

twee hopsoorten (Saaz en Perle Hallertau) die op drie momenten van het kookproces worden toegevoegd,

kristalsuiker om tot een stamwortgehalte van 14,5° Plato te komen en

natuurlijk gist.

 

BROUWPROCES :

 

Wat sommigen verbaasd zal doen opkijken in het brouwproces, is de wijze waarop de versuikering in de beslagkuip gebeurt. Niet de kookketel wordt eerst gebruikt als beslagkuip, maar wel de filterkuip. Die wordt niét verwarmd. Ik start met een mengsel van mout en warm water op 65 °C en houdt die temperatuur aan tot op het einde van de beslagfase. Er is dus geen sprake van een trapsgewijze opwarming om de verschillende soorten enzymen hun werk te laten doen, zoals in haast alle andere brouwerijen het geval is. Aanvankelijk was ik ook niet met dit systeem vertrouwd, ik leerde het van Pierre Rajotte en ging zelf in enkele Canadese brouwerijtjes kijken hoe het werkte. De achterliggende gedachte is, dat onze huidige gerstrassen en moutsoorten zo veredeld zijn dat de volledige enzymatische werking (omzetten van zetmeel in suikers) op eenzelfde temperatuur kan gebeuren en een trapsgewijze opwarming overbodig is.

Make a Free Website with Yola.